Vijf verschillende olifanten – en wat dat zegt over succesvol leren
Wat zie ik?
Dit verhaal laat zien hoe verschillend onze waarneming kan zijn en wat dat betekent voor leren.
Er waren eens vijf vliegen die het niet eens konden worden over hoe een olifant er nu precies uitziet.
- De vlieg die op zijn rug had gezeten, zei: “Een olifant lijkt op een grote grijze vlakte waarvan je het einde niet kunt zien.”
- De vlieg die op de slurf zat, zei: “Welnee, een olifant is net een oude, gerimpelde en snuivende kronkelslang.”
- De derde vlieg, die op een poot zat, zei: “Daar is niets van waar! Een olifant is als een geweldige dikke, hoge boom waarvan je de bladeren niet eens kunt zien.”
- De vierde vlieg, op een wapperend oor, lachte en zei: “Een olifant lijkt op een grote waaier.”
- De vijfde vlieg zat op een slagtand, roetste ervan af en riep: “Een olifant is zoiets als een lange witte glijbaan.”

Vijf vliegen zaten op dezelfde olifant en toch hadden ze allemaal een ander beeld. En eigenlijk hadden ze alle vijf gelijk: vanuit hun beperkte gezichtsveld konden ze ook niet meer zien.
Taal en beeld
Bij het woord olifant kun je denken aan het dier zelf, het beeld: zijn omvang, slagtanden, slurf. Maar je kunt ook denken aan het geluid dat een olifant maakt, een ervaring die je ooit had, of het gevoel dat een olifant bij je oproept.
Een beeld of gevoel in woorden vangen is moeilijk. Een beeld heeft geen begin of eind, geen vaste volgorde. Het is er gewoon in zijn geheel. Hoe maak je dat een ander duidelijk, stap voor stap? Het voorbeeld van de vijf vliegen laat zien dat er dan snel misverstanden kunnen ontstaan. Beeldend denken is creatief en associatief, maar lastig eenduidig over te brengen.
Het woord olifant kun je ook in taal vangen. De letters O-L-I-F-A-N-T vormen een woord dat voor iedereen hetzelfde betekent. Met geschreven taal is er wél eenduidigheid: de volgorde van de letters staat vast en iedereen begrijpt wat er bedoeld wordt. Taal geeft orde en voorkomt veel misverstanden… toch?
School leert je talig denken en werken
Op school is taal heel belangrijk. Luisteren, praten, lezen, schrijven — alles is gebaseerd op taal en op een vaste, lineaire volgorde van denken. Door stap-voor-stap te denken kom je tot dat ene juiste logische antwoord dat controleerbaar is. Dat noem je convergerend denken: een lineaire manier van denken waarmee je succes boekt op school.
Maar ons creatieve en associatieve brein denkt van nature liever divergent: op één vraag komen meerdere antwoorden tegelijk naar boven. Het is een analoge manier van denken, waarbij zelfs de vraag op meerdere manieren kan worden geïnterpreteerd. Kleuters zijn hier een ster in.
School heeft daarom de taak om leerlingen convergerend en stap-voor-stap te leren denken. Dat begint dus al in de kleuterklas.
Een voorbeeld van een toetsvraag voor kleuters is:
“Welke hoort er niet bij?”

Wat denk u?
De fiets, omdat die als enige geen motor heeft?
Dat is toch echt fout. Het juiste antwoord dat school wil horen is vliegtuig, het enige voertuig dat kan vliegen.
Frustrerend, hè?
Zo wordt een 5-jarige al vroeg gecorrigeerd wanneer zijn creatieve antwoord (dat óók logisch is) niet voldoet aan wat school verwacht.
Waarom sommige leerlingen vastlopen
De meeste leerlingen passen zich snel aan en leren welk antwoord school wil horen. Ze gaan stap-voor-stap denken en halen goede cijfers. Dit talige denken is nodig bij leren lezen, schrijven, rekenen en luisteren. 13 is immers iets anders dan 31, straat betekent iets anders dan staart, en om goed te luisteren naar de docent moet je je concentreren en de woorden één voor één verwerken. Talig denken gaat misschien langzaam, maar geeft wel succes op school.
Toch zijn er leerlingen die structureel moeite blijven houden met dit schoolse, talige denken. Meestal spelen blokkades een rol, zoals:
- dyslexie
- AD(H)D
- TOS
- moeite met concentratie en volgorde
- zwakke auditieve verwerking
Ook weten we dat slimme leerlingen liever vasthouden aan het snelle en associatieve beelddenken, omdat talig denken voor hen saai voelt. (Daarover meer in een van de volgende blogs.)
De kracht van beide denkstijlen
Talig kunnen denken en werken is de sleutel tot schoolsucces.
Maar creatief en associatief denken is in de huidige maatschappij minstens zo belangrijk.
De kunst is om beide manieren van denken te blijven gebruiken — en te weten wanneer welke nodig is.
Hoe de LEREN LEREN Methode helpt
De LEREN LEREN Methode maakt leerlingen bewust van hun:
- sterke en zwakke kanten
- denkvoorkeuren
- blokkades in talig of beeldend denken
- mogelijkheden om beide denkstijlen effectief in te zetten
Met passende handvatten en oefeningen leren leerlingen hoe ze zowel creatief als gestructureerd kunnen denken. Dat zorgt voor leersucces, begrip van het eigen leerproces en vooral: meer zelfvertrouwen.
In de volgende blogs gaan we verder in op beelddenken, talig denken en praktische technieken om leersucces te vergroten.






