Hoe werkt ons geheugen. Vergeet het maar (niet)
Ons geheugen is een dynamisch netwerk in de hersenen dat informatie opslaat, dat met elkaar combineert en er actief herinneringen mee opbouwt. Het geheugen zit niet op één plek, maar is verspreid over diverse hersengebieden, zoals de hippocampus, thalamus en kleine hersenen. Bij het leren op school heb je je geheugen nodig.
Hoe werkt het geheugen?
Om je iets te herinneren, moet je eerst een herinnering vormen. Bijvoorbeeld door iets te lezen, te horen of mee te maken. Om die informatie te onthouden, moet het naar je langetermijngeheugen gebracht worden. Pas dan kun je het onthouden en het je later weer herinneren. Herinneringen versterken en beïnvloeden elkaar. Zo ontstaat een netwerk van informatie. Hoe ouder je bent, hoe meer herinneringen je hebt.
Op school leer je veel nieuwe dingen. Niet alleen de kennis voor een toets. Je leert ook hoe je vrienden maakt, wat je beter wel en niet kunt doen, wat je leuk vindt (en wat niet). Je bouwt zo aan jouw eigen netwerk van kennis en herinneringen.
In onderstaand schema kun je zien hoe het geheugen werkt.
A. Het zintuiglijke geheugen
Hier komt alle informatie binnen die door jouw zintuigen wordt waargenomen:
Visueel: wat je ziet.
Auditief: wat je hoort.
Kinesthetisch: wat je ervaart.
Tactiel: wat je voelt.
Smaak: wat je proeft.
Reuk: wat je ruikt.
Het zijn prikkels die de hele dag binnenkomen. De meeste informatie verdwijnt weer, omdat je er gaan aandacht aan geeft. Maar als je zo’n prikkel (informatie) wel bewust aandacht geeft, komt het terecht in het kortetermijngeheugen.
B. Het kortetermijngeheugen (KTG)
In het kortetermijngeheugen wordt informatie 20 seconden tot hooguit 1 minuut vastgehouden. Daarna verdwijnt het uit je geheugen. Ook kan het KTG maar 7 items tegelijk onthouden. Dus veel informatie kun je er niet in bewaren.
Het KTG is handig voor korte, eenmalige informatie die je nodig hebt. Bijvoorbeeld als je een pincode hoort die moet intoetsen. Of als iemand jou een opdracht of boodschap geeft die je moet uitvoeren. Daarna vergeet je het weer.
Het KTG werkt als een filter, zodat je niet alles wat je via je zintuigen registreert onthoudt. Leren door je lesstof in je KTG te ‘bewaren’, is dus niet handig. Als je informatie langer wilt onthouden en er dus echt een herinnering van te maken, dan moet je het doorschuiven naar het langetermijngeheugen.
C. Het langetermijngeheugen (LTG)
In het langetermijngeheugen wordt informatie voor langere tijd opgeslagen. Het LTG kan oneindig veel informatie bewaren. Daar zit alle informatie die je je kunt herinneringen. En dat is belangrijk voor het leren op school. Je wilt dat lesstof in je LTG terechtkomt, zodat je het tijdens de toets (en de tijd erna) weer kunt oproepen en gebruiken.
Een vaste route in het geheugen
Informatie legt binnen het geheugen een vaste route af. Het komt binnen via je zintuigen en komt dan terecht in je kortetermijngeheugen. Doe je niets, dan verdwijnt de informatie weer. Om informatie echt lang te bewaren en te onthouden, moet het ‘doorschuiven’ naar het langetermijngeheugen.
Hoe doe je dat?
Er zijn 3 manieren om informatie naar je langetermijngeheugen te brengen:
1. Door informatie minimaal 200 keer te herhalen. Elke keer als iets herhaalt, wordt het geheugenspoor in je brein groter. Na minimaal 200 keer is dat spoor zo groot en sterk dat je de informatie naar je LTG hebt gebracht. Stampen dus. Steeds maar weer herhalen. Het is saai en tijdrovend, maar het werkt wel.
2. Door gelijktijdig met de informatie iets heel emotioneels mee te maken. Heftige emoties brengen informatie als vanzelf naar je LTG. Weet je nog dat je je hand brandde aan de kachel? Dat deed zo zeer dat je het nooit meer vergeet. Je raakt nooit meer een brandende kachel aan. Zo werkt het ook met andere emoties, zoals angst, verdriet, vreugde en woede. Je weet nog precies Deze snelle route naar het LTG van informatie in combinatie met emoties beschermt ons, maar is niet altijd geschikt bij het leren op school.
3. Door informatie bijzonder te maken gaat informatie vaak ook direct door naar je langetermijngeheugen. Maak jij daar al gebruik van bij het leren? Door met kleuren te werken, lesstof te visualiseren, erbij te bewegen, er een liedje van te maken, het aan een bekende plek te koppelen, of een ezelsbruggetje te bedenken. Het zorgt ervoor dat leren leuk blijft EN tegelijkertijd effectief is.
Onderzoek bewijst dat als je saaie informatie opleukt en er iets opvallends mee doet, het sneller (en soms zelfs direct) naar het LTG gaat. Maak daar dus gebruik van.
Binnen de lessen van de LEREN LEREN Methode leer je dit ‘bijzonder maken’ toe te passen. Bij tekstbegrip, spelling, taal, rekenen, woordjes leren, plannen en leren voor je toets: het werkt echt! Je krijgt een ruime keuze in mogelijkheden en ervaart welke bij jouw geheugen passen. Je cijfers gaan omhoog en je krijgt er weer vertrouwen in. Mooi toch?












